Kampgenoten
In zijn schrijven over de dagelijkse realiteit in de verschillende kampen komen veel medegevangenen voorbij, elk met hun eigen verhaal, karakter en bijdragen. Sommigen waren vrienden, anderen minder, maar allen deelden dezelfde ontberingen.
Hier vind je kampgenoten die Ane in zijn dagboek noemt. Van de altijd behulpzame Lajos, die Hongaarse lessen gaf, tot Koning, die ondanks zijn gezondheidsproblemen goed werk deed in de keuken. Ieder van hen vertegenwoordigt een stukje van het verhaal van moed, vriendschap en doorzettingsvermogen dat de gevangenen met elkaar verbond.

Lajos Berczy
18 oktober 1943. Lajos is prettig. We hebben zo dezelfde opvattingen over alles en nog wat en stonden daarin vrijwel alleen met nog enkelen zoals Sturles en Kerkhoven. Gisteren heeft Ane in het Changi-kamp afscheid van ze genomen. De Jap liet niemand mee die in het hospitaal had gelegen.
Harris Tol
28 april 1943. Met Harris filosofeert Ane hoe ideaal ’t huwelijk is. Hoe we soms al die kleine heerlijke dingen maar “genomen” hebben, zonder ze op de juiste waarde te waarderen.
van Empel
3 maart 1942. Maandagmorgen zijn 50 parachutisten bij ons in de buurt geland. Een sergeant werd aangewezen plus vrijwilligers om ze te zoeken. Van Empel en ik mee. We voelden voor ons de oorlog beginnen en constateerden dat we absoluut geen angst hadden of iets dergelijks. Niets gevonden de hele ochtend.
Koning
Ane Huges
